al	alle	elk	ieder
as
bast	schors
buik	maag
groot
vogel
bijten
zwart
bloed	blut
been	ben	bot	knekel	knook
borst

klauw
wolk
koud
kom3n	komen
dood	stErv3n	sterven
hond	hont
driNk3n	drinken
droog
oor	or
aarde	land
eten
ei
oX	oog

veder	veer
vir	vuur
vis
vliegen
voet
vol
geven
goed
groen
haar
hand	hant
hoofd	kop
hor3n	horen
hart
hoorn	horn
ik
doden
kni	knie
kennen	weten
blad	blat	loof	lover
gaan liggen	liggen
lev3r	lever
lang
hoofdluis	l3is	luis
man
menig	menige	veel	vele
vlees
maan
bErx	berg	heuvel
mond	muil
naam	nam
hals	nek
nieuw	niu
nacht	nat
nes	neus
niet
een	en
%pErson	mEns	mens	persoon
regen
rood
pat	vEx	weg
wortel
rond
zand
zeggen
zien	zin
zaad
zetten	zitten
h3id	huid	vEl	vel
slaap	slapen
klein	luttel
rook

ster
rots	steen	sten
zon
zwemmen
staart
dat	die
deze	dit
U	gij	je	jij	u	y3	yEi
toN	tong
tand	tant
bom	boom
tve	twee
gaan	lopen	stappen	wandelen
lauw	warm
vat3r	water
v3	vEi	we	wij
wat
wit
wie
vrouw
geel
ver
zwaar
dichtbij	nabij
zout
kort
slang
dun
wind
worm
jaar
